Waarden

  1. Het kader, de bijzondere jeugdbijstand
  2. Visie op kwaliteit
  3. Pedagogische waarden
  4. Maatschappelijke waarden

1. Het kader, de bijzondere jeugdbijstand

We kunnen onze waarden en visie op hulpverlening niet los zien van het kader waarbinnen we werken. Dit kader heeft mogelijkheden en begrenzingen.

Het is eigen aan de sector bijzondere jeugdbijstand dat er op doorverwijzing gewerkt wordt, hetzij verwijzing van het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg, hetzij van de Jeugdrechtbank.

We spreken enerzijds over vrijwillige hulpverlening en anderzijds over gedwongen hulpverlening. Het aanvaarden van deze hulpverlening is een procesdoel.

Het gaat wel telkens over noodzakelijke hulpverlening, dit is ook de legitimering van de bijzondere jeugdzorg. We verwijzen hierbij naar de Maatschappelijke Beleidsnota ‘Bijzondere Jeugdzorg’ van het Vlaams Parlement (maart ’99) : “ Het is de maatschappelijke noodzaak tot hulpverlening aan minderjarigen die centraal staat. Leefsituaties van kinderen en jongeren kunnen dermate problematisch zijn dat het maatschappelijk noodzakelijk is om hulp te verlenen, ook zonder dat een hulpvraag wordt gesteld”.

 

2. Visie op kwaliteit

Het Centrum Jongeren- en Gezinsbegeleiding onderschrijft de definitie van kwaliteit zoals die door Ofman geformuleerd wordt, en beschouwt dit als het fundament waarop alles wat in het kader van kwaliteitszorg gebeurt, gebouwd is. Het is een noodzakelijke voorwaarde om middelen, technieken, procedures, enz... tot hun recht te laten komen. Beschouw het als een engagementsverklaring.

Oman definieert kwaliteit als volgt:

'In essentie is kwaliteit een uiting van liefde voor de klant, voor collega's, voor het werk, en vooral niet te vergeten voor jezelf. Anders gezegd, achter elk kwaliteitsvraagstuk ligt een verbindingsvraagstuk."

Zelf noemen we dit 'bezield werken'.

Wat betekent deze definitie voor het Centrum Jongeren- en Gezinsbegeleiding?

Liefde voor de klant = liefde voor de kinderen, jongeren en hun gezinnen

Onze binding met cliënten vertrekt vanuit de vaststelling dat onze cliënten mensen zijn met dezelfde behoeften, verlangens als wijzelf. Ze hebben o.a. nood aan bevestiging, willen iets betekenen voor de ander net als wijzelf.


Daarnaast gaan we ervan uit dat wat hen overkomt of overkomen is, ook ons kan overkomen. Ze hebben wellicht minder ‘geluk’ gehad, en voor deze groep mensen willen we ons inzetten.


We benaderen cliënten door ons in te leven in hun leefsituatie en door ons te laten raken door hen. We willen naast hen staan, met hen op weg gaan, hen met respect benaderen en hen vooral veel kansen geven.

Liefde voor de collega's

Als personeelsgroep vinden we verbondenheid met collega’s belangrijk. Met alle collega’s eenzelfde doel nastreven en geloven in de zinvolheid van dat doel, geeft verbondenheid.


Alle personeelsleden voelen zich ook verbonden met elkaar.


Iedereen wil een bijdrage leveren in de goede sfeer en waar het kan of nodig is, ook zorg dragen voor collega’s.

Liefde voor het werk

De betekenis/zin die het werk voor ons persoonlijk en voor cliënten heeft, maakt dat we ons verbonden voelen met ons werk. Het werk biedt tevens kansen tot verdere persoonlijke ontplooiing (o.a. door vorming die vaak ook van invloed is op ons eigen leven).

Liefde voor onszelf

We vinden het belangrijk dat ons denken-voelen-doen in dezelfde lijn ligt. Kunnen werken vanuit onze eigen waarden die ook terug te vinden zijn in de missie van het centrum, is een voorwaarde om kwaliteitsvol te werken.


Daarnaast is het belangrijk om ook zorg te dragen voor onszelf : we streven ernaar te kunnen werken vanuit een innerlijke rust en willen voeling houden met onze eigen grenzen. We hebben aandacht voor de balans tussen werk en privéleven, zonder daarbij onze verantwoordelijkheid te ontlopen.


Het is goed af ten toe eens stil te staan bij ons zelf.

 

We kiezen ervoor om met bezieling te werken.


Voor ons betekent dit o.a. :

De uitdrukkelijke keuze om met mensen te werken

Geloven in wat we doen

Gedrevenheid in wat we doen

Iets willen betekenen voor de clïent

Zich verantwoordelijk voelen

Naast mensen willen staan

Mensen niet opgeven

Het positieve willen zien

Clïenten graag zien

Ons willen laten raken

Geloven in onze eigen mogelijkheden

Meer doen dan wat moet

Een stukje van onszelf in het werk leggen

Er voor gaan

3. Pedagogische waarden

3.1. Relatie begeleider-cliënt :

Er wordt gewerkt met een vaste individuele begeleider waardoor de kansen op het ontstaan van een vertrouwensrelatie vergroten. Zo'n relatie is echter maar mogelijk met een wederzijds engagement, zowel van de begeleider als van de cliënt.
Openheid en eerlijkheid zijn hierbij belangrijke (voor)waarden.

3.2. Inspraak van de cliënt :

De cliënt krijgt maximaal inspraak binnen de grenzen van de opdracht. Dit houdt onder meer in: vertrekken van de hulpvraag van de cliënt, het samen bepalen van de doelen, het samen opmaken van de verslagen, regelmatige evaluaties, gezamenlijk overleg bij de afsluiting van de begeleiding.
Daarnaast is er ook het klachtenrecht, de tevredenheidsmetingen, enz…

3.3. Zorg voor het kind :

De zorg voor het kind/de jongere staat centraal in de begeleiding. Gestuurd door het Decreet Rechtspositie waarborgen we de rechten van kinderen.
We hebben aandacht voor de rechten van kinderen en jongeren, maar daartegenover geven we ook hun plichten aan waarbij we wijzen op de verantwoordelijkheden en consequenties die uit die rechten en plichten voortvloeien.

3.4. Emancipatorisch werken:

We gaan ervan uit dat mensen zoveel mogelijk zelf verantwoordelijkheid moeten kunnen opnemen. We vertrekken vanuit hun positieve krachten en vaardigheden. We geloven dat jongeren en gezinnen door voldoende stimulansen en bevestiging kunnen groeien, zodat ze opnieuw verder kunnen zonder hulpverlening.

3.5. Begeleiding op maat:

We stemmen onze begeleiding af op de specifieke noden en vragen van het gezin en de jongere. We respecteren het tempo van de cliënt.

3.6. Integrale begeleiding :

De begeleiding richt zich op alle mogelijke aspecten van de probleemsituatie. Er wordt samengewerkt met andere diensten (bv. Kind en Gezin, Centra voor Ontwikkelingsstoornissen, CLB’s, O.C.M.W.’s,….) We nemen hierbij vaak een coördinerende rol op.

3.7. Verbondenheid :

Het gezin en de jongere worden niet los gezien van hun gehele familiale context. Ieder gezin en jongere heeft immers zijn eigen gezin van herkomst en familiale banden die zijn leven mee “kleur” geven.

3.8. Procesmatig :

De begeleiding wordt planmatig, doelgericht en gestructureerd uitgebouwd. Daarom kijken we eerder naar het verloop van een begeleiding, naar de kleine stappen die een gezin/ een jongere soms zet dan naar het eindresultaat. D.w.z. dat elke minimale verandering waartoe een gezin of jongere komt, positief gekaderd wordt.

3.9. Aanklampend :

We vertrekken vanuit het geloof dat verandering bij mensen mogelijk is, ondanks… en daarom blijven we hen kansen geven en laten we hen niet los.
Aanklampend werken is ook een consequentie van werken binnen de Bijzondere Jeugdzorg, m.n. van de maatschappelijke noodzakelijkheid van de hulpverlening.

3.10. Ambulant :

De hulpverlening verloopt voornamelijk aan huis. Dit verlaagt enerzijds de drempel en biedt anderzijds de mogelijkheid de cliënt beter te leren kennen in zijn leefwereld. Het huisbezoek verhoogt de kans dat er met meerdere gezinsleden kan gewerkt worden .

3.11. Ervaringsgericht:

Zelf ervaring opdoen, geeft de meeste leereffecten en biedt de meeste groeikansen. In die zin proberen we, waar mogelijk, ervaringsgericht te werken.

3.12. Veelzijdig partijdig:

We luisteren naar het standpunt en de beleving van ieder gezinslid.

3.13. Continuïteit

Voor de aspecten die verdere opvolging vragen na afronding van de begeleiding, zorgen we voor een passend vangnet of een verwijzing op maat. Bijvoorbeeld : de school, ambulante drugszorg, budgetbegeleiding door het OCMW, ….

 

4. Maatschappelijke waarden

4.1. Inleiding : hoe kijkt het Centrum naar onze huidige maatschappij?

Een poging…

Als we naar onze huidige maatschappij kijken, dan worden we geconfronteerd met verschillende fenomenen, aspecten. We leven in een prestatie- en productgerichte maatschappij, met een agressieve consumptiepolitiek.
Een welvaartstaat…
Professioneel zijn we bezig met het welzijn van jongeren en gezinnen. We kunnen enerzijds een beroep doen op allerlei sociale uitkeringen (bestaansminimum, verhoogde kinderbijslag, enz….) en voorzieningen : aangepaste werkplaatsen, enz….

Anderzijds worden we in stijgende mate geconfronteerd met mensen die ‘maatschappelijk’ gezien uit de boot vallen, en dit op velerlei vlakken.

Armoede : Zowel bij de jongeren die we begeleiden als in de gezinnen waar we komen. We stellen bv. vast dat onze doelgroep méér dan vroeger geconfronteerd wordt met deurwaarders, en dit in pijnlijke situaties waar mensen met een minimum aan inkomen toch een maximum aan betalingen proberen te doen.
Meer dan voorheen doen mensen via onze dienst een beroep op de Voedselbank

Uitsluiting : Een deel van onze cliënten blijft uitgesloten op de arbeidsmarkt, kinderen kunnen niet deelnemen aan té dure schoolactiviteiten, enz…..

De maatschappij evolueert in die mate dat we met een groep mensen zitten die meekunnen en mee zijn met de boot (werk, geld, computer, vrijetijdsbesteding,…) en een groep die moet vechten om te overleven en die uitgesloten wordt van een aantal maatschappelijke activiteiten.
Een deel van onze doelgroep behoort duidelijk tot die laatste groep. Passende zorg en hulpverlening voor deze doelgroep is zorg die hen ‘maatschappelijk’ vooruit helpt.
Als ambulant centrum hebben we dan ook een signaalfunctie naar onze omgeving en de overheid toe.
Tevens vinden we socialisatie en integratie belangrijk. Onder socialisatie verstaan we het leren omgaan met maatschappelijke verwachtingen en integratie zien we als het verwerven van een plaats binnen de maatschappij. We proberen ook de maatschappelijke voorzieningen gevoelig te maken voor de problematiek van onze cliënten en op te komen tegen uitsluitingsmechanismen. Als begeleider hebben we daar vaak een bemiddelende en verbindende rol in.

4.2. Het Decreet Rechtspositie minderjarigen

We onderschrijven het Decreet op de Rechtspositie van minderjarigen en de universele verklaring van de Rechten van de mens.